Dit is de eerste oefening (in letterlijke en figuurlijke zin). Meer oefeningen, ontleend aan de jaargang en wijsgerige bijeenkomsten, volgen nog. Vrij om te gebruiken, mee te experimenteren. Wel graag met bronvermelding ...
De wijsgerige beginnersoefening. Inleiding
Dit is een oefening, geschikt als eerste stap, om te beginnen met 'filosoferen'.
Na heel wat toepassingen in wijsgerige onderzoeksgroepjes op 13 januari 2012 gepresenteerd in de salon van Het Nieuwe Trivium.
De oefening is geinspireerd op het inzicht, ontleend aan mijn bronnenonderzoek, dat de vroegste denkers hiermee begonnen: na te gaan wat waard is onderzocht te worden en wat het regulerend principe zou kunnen zijn. Zo ontstonden categorieën en 'wetten'. Dit zien we bij de aanvang van reflectief denken, in ieder geval in Griekenland (de pre-socraten, Plato en Aristoteles) en in India. In het Indiase denken zijn deze sporen goed te volgen bij het Vaisheshika, een school met een natuur-wetenschappelijke insteek. In China ontstaat het filosofisch denken vanuit een ander kader.
Voor de Indiase wijsbegeerte is de wijsgerige cyclus die met deze oefening begint, gemodelleerd op een overzicht van de 6 klassieke filosofische systemen, de darshanas: letterlijk ‘visies’ (de wijze waarop wij naar de dingen kijken, wat we zoal kunnen leren zien en wat we moeten doen om het ook te zien).
De vertegenwoordigers van deze scholen kwamen geregeld bijeen om ‘aandacht-waardige zaken’ te bespreken. De aannames van deze scholen sloten elkaar vaak uit en toch vonden ze het van fundamenteel belang juist over hun verschillend-zijn met elkaar in discussie te gaan. Tekenend daarbij is dat de tegenstander niet wordt weerlegd, voordat hij/zij akkord is gegaan met jouw weergave van zijn/haar standpunt. M.a.w. geen eigen standpunten inbrengen voor je die van de tegenspeler naar diens oordeel, goed hebt begrepen. Om dit goed te kunnen doen, werden gespreksmodellen ontworpen. De regel van weerlegging na erkenning is een gespreksregel voor aANZet.
Deze soms grootscheeps opgezette wijsgerige bijeenkomsten begonnen altijd zo (cf. Frauwallner) dat een ieder een onderwerp inbracht dat de aandacht van allen wellicht waard zou kunnen zijn (een prameya) en, uniek voor de Indiase wijsbegeerte, welke kenmiddelen (pramanas) gebruikt kunnen/mogen worden om deze wijsgerige onderwerpen te onderzoeken.
Aangepast ziet dat er zo uit:
De wijsgerige beginners-oefening, of:
Hoe vind ik substantiële aandachtspunten?
Filosofische handelingen: oordelen, kiezen, subsumeren, categoriseren
Historische bron: Vaisheshika, pre-socraten, Aristoteles
Idee en uitwerking: Peter van Hooft
a) Ga goed zitten.
Richt je aandacht op een aandachtsveld.
Maak vrije ruimte.
Stel de vraag: waar wil ik mijn aandacht op richten?
Schrijf 10 mogelijkheden op.
b) [Individueel]
Bezie de opgeschreven kanshebbers.
Breng een rangorde aan in belang (1-10): wat is nu voor jou het meest belangrijk?
Bedenk dat aandacht begrensd is. Waar wil je die echt op gericht houden?
Werk het rijtje eventueel bij.
Subsumeren en categoriseren
Probeer nu het ene onder het andere begrip te plaatsen (subsumeren, rangschikken), tot je ziet wat het belangrijkste aandachtpunt is voor jou. Dit is het begrip dat de meeste andere begrippen in zich kan opnemen.
Hulpmiddel 1: Wat hierbij kan helpen is een onderscheid te maken tussen middel en doel (ofwel tussen substantiele en instrumentele aandachtspunten).
Voorbeeld:
Ik wil een ander huis, niet omdat het groter of beter moet zijn, maar ik wil een rustiger woonomgeving. Blijkbaar gaat het me dan eerder om de rust, dan om een huis en zijn er wellicht andere, beter passende middelen te bedenken dan het op zoek te gaan naar een ander huis (b.v. isoleren).
Je hebt nu 2 categorieen: substantiele (rust, welzijn) en instrumentele aandachtspunten (huis, buurt, werkafstand). Probeer te komen tot één punt (het gaat me echt om die rust).
Beredeneer /rechtvaardig je stappen en keuzes (voor jezelf) in het kort.
Beargumenteer hoe en waarom je deze rangschikking hebt voltrokken.
Laat dat inzicht inwerken.
c) [Collectief]: (evt.)
Deze fundamenteel-filosofische handeling wordt herhaald in groepjes.
Het eigen overkoepelend begrip wordt vervolgens gepresenteerd als het te onderzoeken thema. Dit wordt opnieuw als aandachtspunt genomen doordat de deelnemers met elkaar in gesprek gaan, opnieuw de verschillende elementen bezien, daarover oordelen en hier samen een orde in aanbrengen, waarbij steeds geprobeerd wordt het ene onder het andere begrip te rangschikken. Er wordt gekozen voor het begrip dat de meeste andere in zich kan opnemen.
Dit kan vervolgens gemakkelijk worden omgevormd tot werkvraag of worden uitgediept tot een omvattend thema ...
Hulpmiddel 2: Dit proces kan worden geillustreerd m.b.v. logische begripscirkels.
.

|